HIStorie

logo Cito his

Het oude logo, in gebruik tot 2010. Met dit logo werd Cito II in 1996 als HIS gecertificeerd door het NHG.

Van verleden naar toekomst

1985: CITO I
Patiënten-, Debiteuren-, Crediteuren- en Grootboek-administratie

De eerste computer-systemen voor huisartsen – de term Huisarts Informatie Systeem (HIS) bestond nog niet – werden omstreeks 1980 gebouwd voor z.g. micro-computers.

Huisartsen kregen pas aandacht voor computers toen IBM in 1983 de eerste Personal Computer (PC) introduceerde. Met als voorbeeld de financiële software van een IBM mainframe werd een boekhoudpakket voor de IBM PC gebouwd. De potentie van de PC werd hierdoor goed duidelijk, ondanks zijn toenmalige beperkingen. Dit volwaardige boekhoudpakket werd dan ook de basis voor ons eerste pakket Cito voor huisartsen.

Aanvankelijk ging het uitsluitend om de financiële administratie en niet om de registratie van medische gegevens.
Vooral bij huisartsen met een groot aantal particuliere patiënten waren de declaraties een ieder kwartaal terugkerend probleem. De registratie van de te declareren verrichtingen vond plaats in een schrift. Deze verrichtingen werden ieder kwartaal overgenomen op een nota, daarna opgeteld en tenslotte verzonden. In het schrift werd een aantekening gemaakt als de betaling was ontvangen. De na drie maanden nog openstaande declaraties werden gebruikt om een herinnering aan te maken. Deze gang van zaken was zeer bewerkelijk en was een grote bron van ergernis in het gezin van de huisarts. Daardoor schoot de bewaking van deze debiteuren er vaak bij in. Vanwege de hoeveelheid werk waren er praktijken (vooral indien er weinig particulieren waren) waar geen rekeningen werden verstuurd. Het was te veel werk en bracht gewoon te weinig op.

Rond 1983-1984 bleek er geen systeem te bestaan dat aan onze wensen voldeed. Dus gingen we zelf aan de slag. Het resultaat was Cito. Een op dat moment uitsluitend financieel systeem.

Het is logisch dat dit deel van de praktijk het eerst werd geautomatiseerd. Er was grote behoefte aan en het was redelijk simpel te bouwen, te begrijpen en te onderhouden. Het was niet meer dan een elektronische kaartenbak met wat extra functionaliteit.

Met de komst van Cito, ons financiële systeem, veranderde er veel bij de gebruiker, de huisarts. Zowel in de praktijk als thuis. De registratie van de verrichtingen was eenvoudig en de uitgaande facturen werden automatisch aangemaakt, opgeteld en geboekt. Als de betaling werd ontvangen werd deze in het systeem afgeboekt. Wat overbleef waren de openstaande debiteuren. Deze ontvingen met de beroemde druk op de knop een herinnering. Al snel bleek deze werkwijze veel meer voordelen op te leveren dan aanvankelijk werd aangenomen.

  • Aan het einde van het kwartaal was de hoeveelheid werk sterk afgenomen.
  • Factureren gaf geen frustratie meer, eerder een gevoel van opluchting.
  • Vele huisartsen gingen daarom over op maandfacturen.
  • De betere bewaking en frequentere herinneringen had invloed op de debiteuren.
  • De betalingen kwamen eerder binnen. De cash-flow nam toe.
  • Het systeem verdiende zich snel terug, vooral in praktijken met veel particuliere patiënten.

Veel gebruikers verzochten ons om extra functionaliteit vanwege de reeds aanwezige naam-adres-woonplaats-gegevens van de patiënten. Een eenvoudige elektronische groene kaart werd ontwikkeld en onderdeel van het systeem. Een handige functie bleek het automatisch boeken van een verrichting na afsluiten van het contact met de patiënt op het spreekuur. Daarbij werd ook de tijdsduur bijgehouden en gesignaleerd indien de duur meer dan 20 minuten was geworden. Een dubbel-consult werd dan automatisch geadviseerd. De gebruiker vergat geen verrichtingen meer, naast snellere betaling nam hierdoor ook de omzet toe.

Met de mogelijkheden van de nieuwe Database-Management-Systemen (DBMS) voor PC’s kwamen nieuwe ideeën en wensen op. Woonverbanden, de SOEP-codering en de ICPC maakten hun intrede. Zoekfuncties maakten het systeem inzichtelijker. De probleem-lijst en later episode-lijst ontstonden. Uiteindelijk werd ook de complete receptuur ingebouwd, met alle bewakingen om de huisarts te ondersteunen. Hierbij werd gebruik gemaakt van het KNMP-bestand (tegenwoordig de G-Standaard) en de kennis daarin aanwezig. Onze gebruikers waardeerden vooral het bestand met rond de 1000 veelgebruikte kant-en-klare voorschriften. Hierin was opgenomen alle relevante informatie voor de huisartsen van belang bij het betreffende voorschrift. De huisarts kon dan met één druk op de knop een standaard voorschrift aanmaken zonder iedere keer het normale gebruik te moeten invoeren. Uiteraard was het mogelijk de voorgegeven waarden aan den wensen van de patiënt aan te passen.


Cito II werd ontwikkeld.

1995: CITO II
Uitbreiding met medische modules (NHG/WCIA gecertificeerd in 1996)

De volgende uitdaging werd de elektronische variant van de “groene kaart” met de medische gegevens van een patiënt. Bij gebrek aan afspraken over de structuur van de gegevens konden de toenmalige systemen onderling geen gegevens uitwisselen. De meeste leveranciers sloegen de gegevens ter beveiliging op in een “black box”. Onderlinge uitwisseling van gegevens of overstappen op een ander systeem werden door deze afscherming vrijwel onmogelijk.

Bij gebrek aan een standaard ontstond wildgroei van verschillende systemen. Om de wildgroei terug te dringen riep de NHG de WCIA (Werkgroep Coördinatie Informatisering en Automatisering) in het leven om de gegevens van HIS’en te structureren en te standaardiseren. Ter bevordering van die standaard ontvingen huisartsen een subsidie van de zorgverzekeraars als gebruik werd gemaakt werd van een door de NHG/WCIA gecertificeerd HIS.

De “papieren groene kaart” werd door de NHG/WCIA vervangen door het Medisch Journaal, de voorloper van het latere Elektronisch Medisch Dossier (EMD). Veel huisartsen hielden echter meer van hun eigen “papieren groene kaart” dan van hun HIS. Men zag op tegen de nieuwe manier van werken en vertrouwde de techniek onvoldoende. Anderzijds was het verkrijgen van de premie van de zorgverzekeraars niet zelden het hoofddoel van hun HIS.


2005: CITO III
Verbouwing voor de Windows-omgeving gestopt

Computers werden krachtiger en de applicaties werden door het besturingssysteem Windows aantrekkelijker. Toch had Windows ook veel nadelen. De grafische presentatie zag er wel mooi uit, maar de toepassingen werden er niet altijd beter van. De voormalige tekst presentatie van het besturingssysteem DOS was over het algemeen sneller en meestal gemakkelijker om als gebruiker mee om te gaan. Een Windows-applicatie dwong de gebruiker veel meer op het scherm te kijken (in plaats van naar de patiënt) en bediening met de muis kostte meer tijd dan met een toets.

Rond de millenniumwisseling kwam de overheid met plannen voor een efficiëntere zorg. Het was duidelijk dat de HIS’en hierdoor ingrijpend zouden moeten veranderen. Het leek logisch om bij de verbouwing van Cito tevens naar Windows te migreren. De vernieuwing van het zorgstelsel hield o.a. in dat de tot nu toe praktijkgerichte eerstelijns zorg ketengericht moest worden. De veranderingen waren:

  • Het stelsel van particulier of ziekenfonds-verzekerden werd opgeheven
  • Alle patiënten kregen een verplichte basisverzekering met eventuele aanvullingen
  • De huisartsen kregen een vast bedrag per patiënt plus een kleine vergoeding per verrichting
  • De tarifering zou afhankelijk worden van afspraken met de verschillende zorgverzekeraars
  • Het declaratieproces moest via VECOZO gaan lopen (vaak via VIP-Calculus)
  • De prestatie van zorgverleners zou meetbaar moeten worden (extracties en benchmarking)
  • De communicatie mogelijkheden moesten aanzienlijk uitgebreid worden

Deze nieuwe eisen dwongen de huisarts tot het gebruik van een HIS.
De meeste systemen werden aanvankelijk gebouwd op een lokaal systeem. De server stond ergens verstopt in de praktijk en de werkstations stonden bij de huisarts en de assistente. Steeds vaker ook bij meerdere huisartsen en meerdere assistentes.
Door de toename van de complexiteit nam de kwetsbaarheid van lokale (decentrale) systemen toe. De beheersbaarheid werd problematisch. Door de HIS-software van de lokale server naar een centrale server bij een Application Service Provider (ASP) over te brengen verbeterde de beheersbaarheid wel, maar de beperkingen van die systemen veranderden natuurlijk niet.


2010: CITO voor internet geschikt maken.
CitoLive

Internet en mobiele communicatie werden steeds belangrijker en inpassing van deze mogelijkheden in Cito zou de meerwaarde van de derde generatie Cito enorm versterken. Om dat te kunnen realiseren was er meer nodig dan Cito alleen maar geschikt maken voor het besturingssysteem Windows.
In onze visie was het nieuwe Cito primair bedoeld voor het gebruik met internet en het moest kunnen worden gebruikt op allerlei computers zoals desktops, laptops, tablets en smartphones en met besturingssystemen zoals Windows (Microsoft), iOS en OS X (Apple), Android (Google) en Linux kunnen omgaan. Cito moest geschikt gemaakt worden voor het internettijdperk.

Begin 2013 werd CitoLive geboren en kreeg het een nieuw logo.

Menu